 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Enkel fit in de bergen en niet fit door de bergen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De meeste ongevallen in de bergen worden veroorzaakt door vermoeidheid of uitputting. Bergwandelaars en bergbeklimmers hebben net zoals andere beoefenaars van openluchtsporten training nodig. Het gebrek daaraan kan in de bergen noodlottig worden. Een fysische voorbereiding is dus noodzakelijk.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Geen bergtour zonder zorgvuldige planning.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Elke bergtour vereist een degelijke planning. Vooraf kaart de kaart bestuderen en de informatie over de wandeling lezen en herlezen in wandelgidsen, is belangrijk om eventuele moeilijkheden te voorzien en ervoor te zorgen dat je de nodige uitrusting bij je hebt. Als je vooraf vermoedt dat je sneeuwvelden moet oversteken zal je hiermee rekening mee moeten houden. Laat voor je vertrek de te volgen route bij iemand achter. Bij jouw keuze van de route geldt niet enkel jouw voorkeur, maar ook jouw ervaring. Heb je nog nooit een bergwandeling ondernomen, begin dan met minder moeilijk wandelingen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Niet met een overvolle maag de berg op.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Een goed ontbijt is belangrijk, maar het is fout om te denken dat je vooraf heel veel energie moet opslaan om dan de berg te bestormen. Het is beter wat meer voeding mee te nemen voor onderweg.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De eerste 30 minuten langzaam warm wandelen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Geef de spieren de gelegenheid langzaam een tempo te ontwikkelen. Later kan je dit tempo optrekken, maar steeds aanpassen aan de zwakste in de groep. Zijn of haar hartritme mag nooit meer dan 130 per minuut zijn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Elke twee uur minimaal tien minuten rust.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Om de twee uur is het nodig om te eten en te drinken, ook zonder dat je een hongerig of dorstig gevoel hebt. Brood, koekjes of chocolade (geen druivensuiker) eten en daarbij zoveel mogelijk drinken. Bij vermoeidheid of uitputting langer rusten of eventueel omkeren. Beter dat dan met de laatste krachten het reisdoel bereiken. Denk daarbij aan de lange afdaling die nog voor je ligt. Bij uitputting best geen medicijnen nemen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tijdens de tocht: drinken en nog eens drinken.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bij elke gelegenheid, zowel voor, tijdens als na de tour. Gemiddeld heeft men 3 liter vocht nodig. Bij voorkeur mineraalrijke dranken en geen alcohol.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Niet teveel vergen van kinderen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bergwandelingen met kinderen dienen zeer zorgvuldig geplant te worden. Hou rekening met de nodige afwisseling, maar vooral organiseer je tocht in functie van je kinderen en niet van het doel dat je zelf het liefst zou bereiken.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vanaf 2000 meter hoogte voldoende tijd nemen om te acclimatiseren.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoe hoger je gaat, hoe meer tijd je nodig hebt. Aan ongewone hoogten moet je lichaam de tijd krijgen om zich aan te passen alvorens weer wat hoger kan gegaan worden. Anders kan dit wel eens nare gevolgen hebben. Let op de waarschuwingen als hoofdpijn, hoesten en slapeloosheid. Door een gebrek aan hoogtegewenning kan je ook sneller uitgeput raken. Dit kan misselijkheid tot gevolg hebben.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Het weer nooit onderschatten.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Het welslagen van een bergwandeling staat of valt met het weer. Zorg ervoor dat je voor het vertrek de weersverwachting van die dag hebt en volg de ontwikkeling van het weer tijdens de wandeling. Onweer in de bergen is spectaculair maar ook levensgevaarlijk. Tijdens de zomermaanden treedt vaak warmte onweer op in de namiddag. Plan je tocht dat je met vrij ruime marge voor het uitbreken van het onweer op een beschutte plaats bent. (in een berghut of weer op je vakantieverblijf). Indien het onweer uitbreekt tijdens de tocht, loop dan nooit op een graat of in open terrein. Ga nooit onder de enige boom in de omgeving schuilen. Als er onweer verwacht wordt kan je best overwegen de tocht uit te stellen of een andere wandeling dichter bij schuilmogelijkheden (rond het dorp) te maken. Vertrek nooit op pad in slecht weer omdat jouw planning nu eenmaal voorzien had een bepaald doel te bereiken. Veiligheid en verantwoordelijkheidsgevoel zijn uitermate belangrijk voor het maken van bergtochten.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Blijf op de aangelegde wandelpaden.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Mocht je je van pad vergist hebben, keer dan terug langs dezelfde weg tot op het punt waar je het juiste pad verlaten hebt en vervolg je weg dan langs het juiste pad. Tracht nooit een kortere weg naar het juiste pad te zoeken door langs berghellingen omhoog of omlaag te gaan. Je kan je hierdoor in onherbergzaam gebied begeven en voor je het weet is het donker. Ben je helemaal niet zeker, blijft dan beter ter plekke en geef zowel optisch als akoestisch noodsignalen. Zes maal per minuut gevolgd door één minuut pauze tot er antwoord komt. Eventueel kan je overwegen om de hulpdiensten via je GSM op te roepen. (140 of 112) Heb je bovendien voor je vertrek de route bij je hotel, huiseigenaar, huttenwacht van de hut waar je vertrekt en deze waar je aankomt, doorgegeven dan zal men je al sneller kunnen vinden. In ieder geval: niet panikeren.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorzien zijn op noodgevallen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In iedere rugzak hoort een bivakzak thuis, reservekleding, pillicht met reservebatterijen en een hulpkit. Het gewicht van je rugzak kan bepalend zijn voor het welslagen van je tocht. Zoveel als nodig en zo weinig als mogelijk is de boodschap. Goed overwegen is dus uitermate belangrijk.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Alle tips geven geen zekerheid.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Elke bergwandeling is verschillend en stelt op zich specifieke eisen. Bovenstaande tips kunnen u helpen bij het voorbereiden van een bergwandeling, maar voor alles geldt: dat je je goed moet voorbereiden, nooit risico's neemt en verantwoordelijkheid neemt voor de leden van de groep waarmee je bergwandelingen onderneemt.
|
|
|
|
|
|
|
|
|