Huttentocht Oberengadin
© 2005 Kurt Desmedt

Het vertrek

Zaterdag 24 juli 2004, volop nacht 2h00, de wekker springt op in de Dennenlaan 7 in Wechelderzande. Opstaan op zo'n gruwelijk uur is maar een keer op een jaar echt leuk, de dag van het vertrek, het begin van een vakantie… De rugzak staat gepakt van de dag ervoor, ik heb hem niet willen wegen maar het lijkt wel mee te vallen. Ik denk zelfs dat hij minder weegt dan tijdens het Pinksterweekend wanneer ik een tweedaagse naar de Wildhorn gemaakt heb. Alles zit er in, we zijn er klaar voor. Precies om 3h05 start ik de motor van mijn trouwe Volkswagen Polo, hij heeft de taak om ons op de beginbestemming te brengen, een tocht van circa 900 km, eigenlijk ben ik 5 minuten te laat…
Het verkeer stelt absoluut niks voor op dit uur en zelfs rond de werken van de Ring rond Antwerpen hangt een mystieke stilte. Chris Rea begeleidt me met een "The beat goes on" met een bluesy slide gitaar en jazzy saxofoon naar mijn eerste halte: Peperstraat in Rumst. Ik heb het plannetje wel bij me maar moet toch even zoeken in het duister van de nacht naar de juiste straat. Fried staat al leunend tegen de voorgevel, de rugzak en de knapzak uitgestald op het voetpad, de bergschoenen in aanslag. Het is nu 3h35, hij is nog niet gaan slapen. Het wekelijkse vrijdagavondkroegje heeft hij wat uitgerokken omdat het anders toch niet meer de moeite was. Hij nestelt zich tijdens de rit toch op de achterbank en zal wel de nodige uurtjes slaap vatten. Een vage geur van bier en rook vergezellen hem maar het valt best mee, we zijn op vakantie hé!! Fried's GSM slaat al meteen in de knoei, een soort GSM-virus of bestaat dat niet, weet ik veel. Geert stuurt ondertussen al berichtjes, hij is ook duidelijk al wakker en er klaar voor, we kunnen door het probleem echter niet terugschrijven.
Ook Geert staat al gepakt en gezakt op de oprit, leuk dat we nergens hoeven te wachten…De drie rugzakken en bijhorende bergschoenen en tourstokken passen netjes in de kofferruimte van mijn zwarte vriend, de knapzakken posteren we bij Fried op de achterbank, hij kan "magazijnbeheerder" spelen. De klok springt op 3h55, we zijn er mee weg, hiha!

Om 17h13 stoppen we aan Hotel Sonne, de wolken hangen tegen de grond, wat moet dat morgen met onze tocht worden, we zullen al doornat zijn na 30 minuten stappen. Fried blijft er de moed in houden, een eeuwige optimist en levensgenieter, zelfs bij regenweer, bij mij lukt het echt niet meer, ik ben moe en humeurig en lichtjes duizelig van de rit en de hoogte.
In Sonne blijkt alles perfect geregeld te zijn, ze zijn heel vriendelijk, het is geen enkel probleem om de wagen daar te laten staan voor de rest van de week, klaart het dan eindelijk op en zijn we van Murphy verlost??

We hebben een tof studiootje met drie bedden en een klein keukentje in de Casa Franco, een bijgebouw van het hotel enkele blokken verder.

Dag 1, Zondag 25 juli 2004, tocht naar de Jenatsch-hut door Val Bever.

De wekker loopt af om 7h00, met een soort jodelend Zwitsers deuntje, echt niet om aan te horen. Het is koud in de kamer, een goed voorteken. We gooien de gordijnen open en een prachtige blauwe lucht komt ons tegemoet, hoe is het mogelijk…

Fijne nevelslierten, de restanten van het slechte weer drijven stilaan weg en de zon verwarmt de vallei. Een wonder is geschied, Murphy is niet meer, lang leve Zwitserland!! Alle registers staan direct terug op 100%, we nemen een lekker ontbijtbuffetje in het hotel waar een schare Zwitserse schonen de tafeldienst verzorgen. Alles staat al in de auto, we rekenen af, enfin alles was al geregeld via visa en we vertrekken. De bergschoenen aan, wat een overheerlijk gevoel is dat toch! De rugzak weegt zwaar maar ik heb even die van Fried uitgeprobeerd en die is nog een stuk zwaarder…
Onze eerste halte is de bakker, we moeten voor ongeveer drie maal middageten voorzien en kopen een klein wit en een klein bruin brood. De winkel staat stampensvol, overwegend Joden. Een echte Jodenbakker? Het brood zal wel koosjer zijn…Terwijl Fried binnen is, staan Geert en ik buiten te gapen naar een zilveren Bentley die voor de deur stopt met een Monegaskische nummerplaat: L100, familie van de prins? Twee vrouwen blijven achteraan zitten, een chauffeur en iemand die er uitziet als een bodygard (hij kijkt continu argwanend in het rond, zeker naar zulke rugzaktoeristen als wij) begeven zich naar de winkel. Het is toch steeds een raadsel voor mij om te zien hoe die Joden zich uitdossen, het komt op een of andere manier voor Geert en mij extremistisch over, Fried houdt er andere meningen op na, veel menslievender en toleranter, het typeert hem weer.
We kopen ticketjes Bever enkel in het station en begeven ons naar het perron, de trein is om 9u35, het is niet echt duidelijk waar onze trein zal komen, niet echt Zwitsers, maar er speelt zich een prachtig schouwspel uit lang vervlogen tijden af voor onze ogen. Het is vandaag "steamtrain day" en er is een treinreis voorzien met een authentieke stoomtrein met bijhorende wagons, van nostalgie gesproken, dit kan echt tellen.

Wij rijden echter met een splinternieuw elektrisch ding… Ik denk weer even aan vroeger en afscheidskreten en kuskensdansen lijken nog in onze oren te klinken als we het station uitrijden, dit is zo vaak gebeurd en was toen steeds het einde van een mooie tijd, nu is het de start van onze queeste: De queeste van de nostalgie.

De trein stopt in Bever en Fried begeeft zich naar de ene, Geert en ik naar de andere uitgang van de wagon, het is even zoeken hoe de deuren openmoeten, maar voor ze goed en wel openzijn sluiten ze zich voor onze ogen weer en zet de trein zich al terug in beweging, even paniek en Murphy flitst weer door mijn gedachten. Gelukkig heeft de machinist het euvel opgemerkt en stopt hij weer de trein zodat we kunnen afstappen, het was toch even schrikken!!
Het is nu 10h15 en we zijn aan het stappen!!!
De eerste halte wordt Spinas, een kleine nederzetting aan een stationnetje net voor het spoor de geweldige Albulatunnel induikt om er aan de andere kant ongeveer 9 km verder in Preda weer uit te komen. De zon schijnt, het wordt al warmer en na een uurtje wenkt het eerst terras onvermijdelijk. We drinken een cola, Fried neemt ijs, terwijl de ene na de andere trein voor onze ogen in de grond verdwijnt. We stappen verder, langs bossen en open plaatsen rijkelijk gevuld met een prachtige flora. Fried en ik beginnen ongemerkt een spel van het herkennen van de bloemenpracht. Ik ben danig onder de indruk van zijn kennis, dit gaat nog leuk en educatief worden! Wanneer de honger onze benen bezwaart, klimmen we op een rots om de eerste "Joodse" boterhammen te nuttigen, het dal blaakt in de zon, de Beverin kabbelt en dartelt er vrolijk doorheen en de warmte doet deugd, het is nu wel echt vakantie en wat is het hier prachtig en stil, vol natuurlijke geluiden. We banen ons een weg verder door de koeien, steeds hoger.

De bomen laten we achter ons. De Beverin wordt woester naarmate de hoogteverschillen groter worden. Ze stort zich nu bruisend wit en kolkend door een kleine canyon naar beneden.
De laatste loodjes wegen zoals zo vaak het zwaarst, we hebben er nu al dik 700m klimmen opzitten en de laatste 200m naar de hut zijn steil. Ons trio valt uit elkaar, Fried plaatst een niet bij te houden demarrage en is in een oogwenk uit het zicht verdwenen. Geert stopt af en toe om enkele foto's te nemen en geniet zo stiekem telkens van een moment om even op adem te komen. Ik probeer mijn tempo dat al wat trager ligt vast te houden en hang ergens tussenin. Het is nu ieder voor zich. De vlag van de hut staat al een tijdje uitdagend te lonken maar lijkt niet dichterbij te komen of toch…
Aangekomen op 2652m hoogte worden we vriendelijk verwelkomd door een koppel dat blijkbaar werkt voor de huttenwacht tijdens de zomer. We krijgen een vol glas koude thee aangereikt als welkomsdrank en hijgen wat na op het terras. Het was toch wel zwaar.

De hut is prachtig en zeer ruim, er zijn een vijftal slaapvertrekken en wij liggen in een kleintje (8 personen) genaamd "Bever".
De waard komt een beetje stuurs over achter zijn baardig gezicht, maar is zeer correct, de dagdagelijkse dingen worden door het jonge koppel overgenomen. Het eten wordt om 18h30 geserveerd: een kruidige groenten/spaghettisoep, een vleesbrood met noedels en saus en cake met pruimen als dessert. We drinken een rode huiswijn, pittig en gepast bij het kruidige eten. De eerste steenbokken manifesteren zich in de buurt van de hut tijdens het eten en iedereen snelt zich naar de ramen. Wat kunnen die beesten toch gracieus en berekend over die rotsen en stenen huppelen. Naast ons zit een jong Zwitsers koppel. De jongen heeft een knots van een fototoestel, Nikon D70 met echt alles erop en eraan, het is maar een hobby verteld hij ons, hij heeft gemakkelijk voor 5000 euro materiaal bij, dure hobby…
Geert en ik spreken de waard aan in verband met onze plannen voor de volgende dag. Piz Calderas staat op het programma en we vragen hem naar de condities van de gletsjer. Hij wijst ons op kaart de route die we het beste nemen en ziet nergens grote problemen, ook het weer zal vrij goed zijn, mijn bloed begint al sneller te stromen. We kaarten nog wat na (letterlijk en figuurlijk) bij een halve liter Calanda en kruipen op tijd onder de wol.

<- Vorige pagina                                                              Volgende pagina ->

Terug naar de reisverslagen                                           Startpagina (Home)   

                                                     
© www.hutten.be